Het Noord Veluws Archief (NOVA). Deel 3: Noodgeld uit oorlogsdagen
HATTEM – In een serie over het Noord Veluws Archief belicht Mariëlle Bos, PR- en educatiemedewerker, steeds een onderdeel van het archief waarbij bijzondere stukken, gebeurtenissen en voorwerpen aan bod komen. Ditmaal gaat het over het fenomeen noodgeld.
Een doos vol biljetten die op het eerste gezicht doet denken aan monopolygeld, blijkt een bijzonder stukje Hattemse oorlogsgeschiedenis te bevatten. In het depot van het Noord-Veluws Archief (NoVA) ligt een grote hoeveelheid noodgeld uit mei 1940. De biljetten werden gedrukt in de chaotische eerste dagen van de Tweede Wereldoorlog, toen er in Nederland een tekort aan kleingeld ontstond.
Toen de Duitse troepen in mei 1940 Nederland binnenvielen, ontstond grote onzekerheid over betalingen. Winkeliers en inwoners wilden vooral contant geld en probeerden onder meer zilvergeld in handen te krijgen. Daardoor ontstond een tekort aan kleingeld. Het ministerie van Binnenlandse Zaken gaf gemeenten op 11 mei toestemming om tijdelijk zelf noodgeld te drukken.
Ook Hattem maakte daarvan gebruik. Vanaf 13 mei werd bij Drukkerij Schipper in Hattem geld gedrukt. Het proces gebeurde onder streng toezicht. Het gemeentebestuur stelde een controlecommissie van acht mannen aan. Zij hielden toezicht op het drukwerk, de overdracht en de vernietiging van proef- en misdrukken. Het goedgekeurde geld werd verzegeld en naar de gemeentelijke kluis gebracht.
26.350 bonnen
In totaal werden in Hattem 26.350 biljetten en bonnen gedrukt, met een totale waarde van 10.000 gulden. Het ging onder meer om biljetten van één, tien en 25 cent, één gulden, 2,50 gulden en tien gulden. De biljetten waren herkenbaar als Hattems noodgeld. Op de voorzijde stond het Nederlandse wapen, met op de achtergrond een afbeelding van Hattem.
Het noodgeld kon worden gebruikt om mee te betalen. Een winkelier kon de ontvangen biljetten vervolgens bij de gemeente omwisselen voor officieel geld. In Hattem konden de biljetten tot 20 juni 1940 als betaalmiddel worden gebruikt. Daarna konden ze nog tot 20 september bij de gemeente worden ingewisseld.
Van het gedrukte noodgeld kwam uiteindelijk ruim 6.000 gulden daadwerkelijk in omloop. De hoeveelheid nam snel af. Op 18 juli was nog maar 56,72 gulden niet ingewisseld.
Waarom is het niet vernietigd?
Volgens de voorschriften moest het noodgeld na afloop worden vernietigd. Toch is een groot deel van de Hattemse voorraad bewaard gebleven. Waarom precies, is niet meer uit de archieven op te maken.
De Nederlandsche Bank wilde destijds van iedere coupure enkele exemplaren bewaren. De Hattemse gemeente beloofde die op te sturen, maar uit de correspondentie blijkt dat dit jarenlang niet gebeurde. Tot 1950 bleef de archivaris van de bank om exemplaren vragen. Of de biljetten uiteindelijk zijn verstuurd, is niet bekend.
In Hattem zelf bleef het noodgeld eveneens liggen. Een brief uit latere jaren vermeldt dat de biljetten waren teruggekomen, maar nog niet door de controlecommissie waren nageteld. Daarna ontbreekt verdere informatie.
Juist daardoor is de doos met noodgeld tegenwoordig een bijzonder stukje erfgoed. De biljetten laten zien hoe groot de onzekerheid tijdens de eerste oorlogsdagen was en hoe gemeenten in korte tijd naar oplossingen moesten zoeken.
Ook elders in de regio werd met tijdelijke betaalmiddelen gewerkt. Zo gaf de Berghuizer Papierfabriek in Wapenveld levensmiddelenbonnen uit. Die hadden geen geldwaarde, maar konden worden gebruikt voor het verkrijgen van levensmiddelen.
Het NoVA wil graag meer te weten komen over het gebruik van het Hattemse noodgeld en de bonnen van de Berghuizer Papierfabriek. Verhalen, documenten of andere informatie van inwoners kunnen helpen om dit bijzondere stukje lokale oorlogsgeschiedenis verder in kaart te brengen.
💬 Mail ons!
Heb jij een tip of opmerking? Mail naar de redactie: [email protected] of bel 0341-798 298
