Lead Image 1:
Lead image TXT 1: Winst in het ploegenklassement Olympia's Tour 1971. vlnr Hennie Kuiper, Jan Aling, rondemiss, Ton Ketting, Piet van Katwijk, Jan Lenferink. Foto: Nationaal Archief
Lead Image 2:
Lead image TXT 2: Olympia's Tour 1972, het topjaar van Ketting! Frits Schür links in oranje leiderstrui, Piet van Katwijk in groene puntentrui. Foto: Bob Friedländer
Lead Image 3:
Lead image TXT 3: Een ploegpresentatie van Ketting met alle renners/rensters, mecanicien, ploegleider en verzorger. Foto: Omroep Gelderland
Lead Image 4:
Lead image TXT 4: Een promotiefoto van Hennie Kuiper met regenboogtrui, gouden plak en Ketting-fiets. Foto: Omroep Gelderland
Lead Image 5:
Lead image TXT 5: De 'ploeg Post' in 1977 met oud-Kettingrenners Piet van Katwijk, Aad van den Hoek en Hennie Kuiper. Foto: Nationaal Archief
Lead Image 6:
Lead image TXT 6: Vitesse rouwt om Ton Ketting. Foto: Omroep Gelderland
De Blauwe Trein in vliegende vaart: van links naar rechts Roy Schuiten, Frits Schür, Aad van den Hoek, Albert Scheffer, Jan Aling en Piet van Katwijk. Foto: Bob Friedländer

De Blauwe Trein in vliegende vaart: van links naar rechts Roy Schuiten, Frits Schür, Aad van den Hoek, Albert Scheffer, Jan Aling en Piet van Katwijk. Foto: Bob Friedländer

DIDAM - Het betaalde amateurwielrennen in Nederland krijgt in 1969 te maken met een stel fietsende kannibalen. Ton Ketting, een handelaar in luxe koperwaren uit Didam, verzamelt in korte tijd een groep fanatieke en getalenteerde coureurs om zich heen. Al snel is de ploeg, die de bijnaam De Blauwe Trein krijgt, de schrik van het peloton. Er wordt zelfs Olympisch succes geboekt.

De Kettingmannen winnen van 1970 tot 1975 veel en vaak. Of het nu een criterium, een etappekoers of een ploegentijdrit is, de renners van Ketting-Didam vormen een ijzersterke ‘trein’. Eigenaar Ton Ketting is de betalende en bindende factor die zich als beginnend wielerliefhebber ontwikkelt tot een ware ploegleider. De Blauwe Trein dendert door Nederland, maar ook door Duitsland, België en Frankrijk.

Coureurs als Hennie Kuiper, Frits Schür, Arie Hassink, Klaas Balk, Jan Aling, Aad van den Hoek, Henk Nieuwkamp, Piet van Katwijk en Herman Snoeijink rijden met grote regelmaat als eerste over de meet. De naam van de ploeg is voor wielerjournalisten natuurlijk een inkoppertje. Kreten als ‘aan de ketting gelegd’, ‘telt geen zwakke schakels’ en ‘kettingreactie’ komen in de krant dan ook vaak voorbij als de Didamse formatie weer eens met overmacht wint.

Blauwdruk voor 'Ploeg Post'

De Ketting-ploeg is hét grote voorbeeld voor het latere TI-Raleigh van Peter Post. De Raleigh-baas zal dan ook een aantal van de renners uit De Blauwe Trein binnen hengelen. Ketting zet in op alle varianten in het wielrennen en scoort hoofdzakelijk op de weg, maar ook op de baan (met Cees Stam als enige prof in de ploeg), in het veldrijden (met de gebroeders Scheffer uit Zelhem en Apeldoorner Gertie Wildeboer) en met een aantal vrouwen op de racefiets (onder wie Willy Kwantes, Minie Brinkhoff, Truus van der Plaat en Gré Donker).

Ton Ketting is ambitieus en stort zich vol overgave in een sportief en commercieel avontuur. Zijn bedrijf maakt ‘luxe koperwaren’ en exporteert de bloembakken, sierpotten en paraplubakken met containers tegelijk naar Canada en de VS. Het geld stroomt binnen en in die periode is ook de zwart-geld-kas in Didam steeds goed gevuld.

Een ploegpresentatie van Ketting met alle renners/rensters, mecanicien, ploegleider en verzorger. - Foto: Omroep Gelderland

Veelvraten op de racefiets

Ketting-Didam wint met Frits Schür onder meer twee keer Olympia’s Tour (dé etappekoers door Nederland), is in ploegentijdritten meestal de snelste, pakt eerste plaatsen in bijna alle grote rondes (van de Achterhoek, Drenthe, Overijssel en Friesland) en is ook in Franse en Duitse koersen present. Frits Schür wint zelfs de toenmalige Ronde van Algerije (1972) en Hennie Kuiper de Milkrace (ook wel Tour of Britain).

De Ketting-mannen zijn ook te vinden in bergetappes in de Ronde van Oostenrijk en komen Bernard Hinault tegen in de Tour de l'Avenir (de kleine Ronde van Frankrijk). In Nederland neemt Ketting het vooral op tegen ploegen als Amstel, Caballero, Frisol en Jan van Erp. Die zijn niet zo blij met de sterke concurrent en proberen van alles, tot en met combines aan toe, om de Didammers af te remmen.

In 1970 pakken de veelvraten op de weg zo’n veertig zeges, een jaar later zakt dat naar onder de dertig (de gestopte wegkapitein Henk Nieuwkamp wordt waarschijnlijk gemist en er is gedoe over een mogelijk bondscoachschap van Ton Ketting). Maar in 1972 slaat de ploeg opnieuw onverbiddelijk toe en loopt het weer ‘als een trein’. Wieler-godfather Jean Nelissen omschrijft de Ketting-ploeg in de jaren zeventig als ‘één der sterkste amateurformaties van Europa’.

Het geheim van De Blauwe Trein

Maar wat is nu het geheim van Kettings succes? Dat zullen in ieder geval de goede betaling en de voor die tijd uitstekende ‘secundaire arbeidsvoorwaarden’ zijn geweest. Een contract uit de begintijd vermeldt dat kleding en fiets door de sponsor worden geleverd, terwijl coureurs bij andere ploegen zelf voor een racefiets moeten zorgen.

De premie voor een eerste plaats in een criterium is 30 gulden en winst in een klassieker 100 gulden. En er worden ook reiskosten uitbetaald. Het winnen van grote rondes of etappekoersen levert een geschenk in de vorm van huishoudelijke apparatuur op en ongetwijfeld wordt er bij grote successen ook uit de eerder genoemde zwarte kas geput. Aad van den Hoek zegt over dat verdienmodel: “De meesten hebben, net als de spelers bij Ajax, goed begrepen dat je door goed samen te werken veel meer geld kunt verdienen dan wanneer je alleen maar aan jezelf denkt.”

Ploegenpresentaties worden door bourgondiër Ton Ketting gezien als het visitekaartje naar de buitenwereld en als een klein feestje. Bij die PR-momenten zijn dan ook veel journalisten en bestuurders van de wielerbond aanwezig, die allemaal weten dat er een goed buffet met drank op ze staat te wachten. Ketting is een soort pater familias, het moet allemaal goed worden geregeld voor ‘zijn jongens’, maar als het een keer niet loopt of renners gaan op de ego-tour, dan spreekt diezelfde ‘vader’ de renners bestraffend toe en dreigt hij met zijn vertrek.

Dus ook de rol van de ondernemer-ploegleider is van groot belang bij het tot stand komen van het succes. Jan Aling in 1973 over zijn baas: “Toen we drie jaar geleden bij elkaar werden gebracht, dacht iedereen: wat moet er van dat stel zigeuners worden, maar Ketting heeft het vermogen om een geweldige sfeer in de ploeg te brengen. Bovendien hebben we met deze ploeg nogal wat etappewedstrijden gereden. Als je dan een paar keer per week of nog langer met elkaar optrekt, leer je met elkaar te werken. Ik zou er niet weg willen. Als Ketting stopt, stop ik ook.”

Ketting zegt 'Kassa!'

Dat het bedrijf (lees: Ton Ketting) profiteert van de naamsbekendheid via het wielrennen, staat als een paal boven water. Volgens de media is er sprake van ‘een aanzienlijke omzetverhoging’ en cijfers zouden uitwijzen dat er zeker 30 procent extra wordt verkocht. Vaststaat dat de sportieve successen ook forse financiële winst opleveren.

Een promotiefoto van Hennie Kuiper met regenboogtrui, gouden plak en Ketting-fiets. - Foto: Omroep Gelderland

Olympisch goud met een koperen, Didams tintje

Behalve het twee keer winnen van Olympia’s Tour is een onverwacht hoogtepunt in de Ketting-story de gouden plak die Hennie Kuiper in 1972 pakt op de Olympische Spelen in München. Dat doet de jonge renner uit Overijssel op een fiets van Ketting en met onder zijn nationale tricot het bekende donkerblauw-zwarte Ketting-truitje. Op sommige foto’s van de huldiging zie je de naam Ketting door het witte shirt van Nederland heen schijnen.

Natuurlijk is de stunt van Kuiper een enorme publicitaire opsteker voor de ploeg en het bedrijf van de Didamse ondernemer. Kuiper heeft zijn naam definitief gevestigd en zal korte tijd later overstappen naar de profs.

Ook Ton Ketting koestert lang profplannen voor zijn mannen. Er is veel over gesproken en overlegd (onder meer met een Spaanse racefietsenbouwer), ook met andere topamateurploegen, maar het komt er niet van. Het investeren in de wielersport wordt steeds kostbaarder, co-sponsoren zijn steeds moeilijker te vinden, de inkomsten uit de handel in koperproducten lopen langzaamaan terug en als nog meer Blauwe Trein-toppers voor een profbestaan kiezen bij onder meer TI-Raleigh, verliest 'suikeroom' Ton Ketting gaandeweg de interesse.

De 'ploeg Post' in 1977 met oud-Kettingrenners Piet van Katwijk, Aad van den Hoek en Hennie Kuiper. - Foto: Nationaal Archief

Eindstation voor de Blauwe Trein

Kranten melden in 1975 dat het voortbestaan van de ploeg gevaar loopt en dat Ketting zelf minder geld en tijd in het wielrennen gaat steken. Het ploegleiderschap laat hij steeds vaker over aan anderen en hij vindt in het betaald voetbal een nieuwe uitdaging naast het wielrennen. De Blauwe Trein heet in de laatste fase Elite-Meubel-Ketting-Shimano en rijdt onder Limburgse leiding in 1979 naar het eindstation.

Bij Vitesse, waar Ketting als jonge Arnhemmer ooit keepte bij de amateurs, begint hij als sponsor en lid van de beheersraad, en wordt hij in de voor de club turbulente jaren tachtig bestuurslid technische zaken. Ketting werkt dan korte tijd samen met de latere voorzitter Karel Aalbers.

De documentaire De Blauwe Trein wordt op dinsdag 6 en dinsdag 13 december in twee delen uitgezonden door Omroep Gelderland.

Ook hier stort hij zich, na de overdracht van zijn bedrijf, vol overgave op een team waarvan gehoopte successen op hem kunnen afstralen, en ook hier wil hij een belangrijk onderdeel zijn van een sportieve familie. Dat laatste lukt, want vanwege zijn verdiensten voor de club krijgt hij als eerste de eretitel Gouden Vitessenaar.

In februari 1992 maakt een aneurysma een onverwacht einde aan het leven van Ton Ketting. Hij laat een vrouw, twee dochters en een kleinzoon achter. De Vitesse-selectie is op zijn begrafenis en de ploeg speelt de eerste wedstrijd na het overlijden van de Didammer, uit tegen Feyenoord, met rouwbanden. Van De Blauwe Trein is slechts een enkele oud-coureur bij het afscheid van de voormalige ploegleider en sponsor. Wel zeggen de renners van toen dat wanneer ze nu terugkijken Ton Ketting veel betekend heeft voor het Nederlandse wielrennen in de jaren zeventig.

Vitesse rouwt om Ton Ketting - Foto: Omroep Gelderland

Deel dit artikel